| Fair Play Boekenlijst Jan Schreiner | ||
| _________________________________________________________________________________________ | ||
|
Boekenlijst Jan Schreiner |
||
![]() |
1946 't Is tijd |
|
![]() |
1947 De kunst van het "snoeken" (2e druk 1958)
Bij onze aankomst was het nog zo donker dat we ternauwernood onze uitrusting klaar konden maken en toen ik dan eindelijk mijn tuig ingooide meende ik het aan de schemer te moeten wijten dat ik geen enkele drijver kon bespeuren. Ik kon me niet voorstellen dat nu reeds een snoek onderweg was om slachtoffer te worden en wilde ophalen. "Idioot", precies zo zei Sjeeld het. "Leg neer die stok. Hij zit er op.......l" |
|
![]() |
1949 De polder in (5e druk 1963)
Wel een halve meter kwam het goudglanzende vissenlichaam boven water en wij zagen deze hevige woede aanvallen in extase aan. Een machtige uiting van ongebreidelde kracht, die voor een hengelaar een zeldzaam aantrekkelijk tafereel vormt..!! |
|
![]() |
1950 Flitsend nylon (9e druk 1970)
Op een lichte hengel, zoals de onze, krijgt ge deze aanslag te ervaren als een machtige stoot, die alle functies van ons materiaal in één kort moment tot hun taak roept. De hengel buigt, het nylon rekt en de spoel zingt door zijn frictie. Perca de baars heeft een dringend halt bevolen en de hengel gehoorzaamt met gedweeë nauwgezetheid. En als de smaragden rover, na vijf intense minuten waarin de zon haar eeuwige loop om de aarde heeft gestaakt en de tijd stilstaat, langs de oppervlakte van het water zijn reis naar het schepnet onderneemt, het licht vangend op zijn gouden flanken, dan kan er op zo’n dag niet veel meer gebeuren, dat ons weerhoudt hem op te nemen in het boek, dat slechts de plezierigste en schoonste zaken des levens vermeldt. |
|
![]() |
1950 De pen duikt weg (2e druk 1951)
Heus, zo is het werkelijk! Men moet het verlangen om een vis te bezitten ondergeschikt maken aan het verlangen om sport te beleven. Het laatste immers is voor geen geld te koop, terwijl het eerste voor enkele centen per pond verkrijgbaar is . . . . . . . . Wie vis wil vangen alleen om ze te bezitten doet zoals gij vroeger in uw jeugd deed. Toen waren het kikkers, eieren uit vogelnestjes of vlinders, die mee naar huis werden genomen. Zij stierven en kwamen in de asbak terecht. Nu zijn het de vissen, die even waardeloos, even verlept en grauw meestal, eveneens hun einde in de vuilnisemmer vinden. Dan gelooft men u maar liever niet als ge zegt: ”Ik heb er vijf gevangen en weer laten zwemmen”. Het plezier hebt u er van gehad en niemand kan u dat weer ontnemen. |
|
|
|
1951 Een leefnet vol (4e druk 1968
Daar komt hij eindelijk. . . . daar komt hij. . . . de zwarte rug zaagt ge al boven water. . . . een machtige staartzwaai en een bliksemsnel wegschieten naar veiliger diepten. . . . ge zijt nog even ver. Toch niet, want allengs boet de karper aan kracht en vechtlust in. De tweede poging tot landen brengt hem al dichter bij de boot en bij de derde poging had ge al een redelijke kans om te scheppen. Verstandig overigens dat ge nog even wachtte. Daar komt hij weer. . . . en nu voor de laatste maal. Zijn massief lichaam glijdt in het schepnet. . . . pffffff. . . . Binnen . . . .!! Zie, dat is sport; dat is de oneindige bekoring van het hengelen; de onbeschrijfelijke emotie van met dunne lijn en kunde een zware vis overwinnen. Izaak Walton, u had gelijk. . . .! |
|
![]() |
1960 Encyclopedie voor de sportvisserij (4e druk 1973) Naarmate een viswater rijker is aan vis, wordt de kans op vangen groter, omdat lang niet ieder exemplaar van één soort volkomen gelijk reageert op de hem aangeboden aassoort. De soms zo geringe resultaten die in het algemeen worden bereikt, zijn heel vaak het gevolg van ongunstige omstandigheden, maar het kan en mag niet worden ontkend, dat het steeds slechter worden van de visstand aan die geringe resultaten meer schuld heeft dan sommigen ons willen doen geloven. |
|
![]() |
1960 Over vissen gesproken (2e druk 1969)
Ik houd van die visgelegenheden buiten, die gedeeltelijk herberg, café en schaftlokaal zijn. In de regel zijn ze zeer eenvoudig en dat is hun bekoorlijkheid. |
|
![]() ![]() |
1961 Vastslaan en strakhouden (6e druk 1974)
Een kennis van mij, die psychiater is, kwam tot de volgende uitspraak, nadat hij hoog had opgegeven over de weldaad van een dagje vissen. "Je raadt het zeker je patiënten ook aan, is het niet?" vroeg ik hem. Het strikt eerlijke antwoord luidde": "Je denkt toch niet dat ik gek ben, dan zijn ze binnen veertien dagen genezen... |
|
![]() |
1962 Esox, uit het leven van de snoek |
|
![]() ![]() |
1963 Tussen ruisend riet en plompeblad (4e druk 1968) Uren lang kunnen wij langs het water gaan, proberende en zoekende, werpend en jagend. Maar zitten kunnen we niet. Ondanks die kwaal is een visvriend een visvriend en wanneer zo'n visvriend je vraagt nu eens mee te gaan op de brasem en hij laat die vraag bovendien vergezeld gaan met het aanbieden van een sigaar van éénendertig cent, dan moet je wel een geboren bruut zijn en van alle tact verstoken om dan: "Het spijt me joh", te zeggen. |
|
![]() ![]() |
1964 Van scharhaak tot vechtstoel (4e druk 1975 Sportvissen in zee) Wat vroeger aan vis werd binnengehaald aan een hand over hand ingepalmde lijn, krijgt nu de allure van een duel. Wanneer ik een zeevisser zie opspringen, omdat een schokje zijn hengeltop tot leven bracht, dan geniet ik van het elan waarmee hij vastslaat, van zijn houding en zijn geestdrift. Ook al weten wij beiden, hij en ik, dat het hoogstwaarschijnlijk een bot of schar is die zo zijn best deed. Maar daar gaat het allemaal niet om. Ook al wordt het vaak niet begrepen. |
|
![]() |
1965 Haken en ogen (2e druk 1971)
De sportvisser in het algemeen is het slachtoffer geworden van een collectieve gedachtenfout. Hij wil graag veel en hij wil graag grote vis vangen, maar hij is niet doordrongen van de logica: aleer men een vis kan vangen, moet men hem aan de haak hebben. Daarom wordt het materiaal, wat samenstelling betreft, gericht op het risicoloos aan de wal brengen van heel grote vissen, zodat het onbruikbaar genoemd kan worden, er een grote vis mee vast te krijgen. |
|
![]() |
1965 Algemene vistechniek (3e druk 1969)
Ultra licht spinnen Op warme zomerdagen (dagen die men over het algemeen slecht noemt voor de visserij) en dan vooral in de polder is het zgn. ultra-lichte spinnen vaak lonend. Ultra-licht spinnen wordt gedaan met een 4 of 6 grams hengeltje 12 of 15/100 nylon en zeer licht kunstaas: spinnertjes, lepeltjes, worm met feesthoed, streamer en natte vliegen. |
|
![]() |
1965 Voorn en brasemvissen (3e druk 1968) Nu we zo het een en het ander in verband met de voornvisserij hebben bekeken, lijkt mij nu de tijd gekomen om een dagje te gaan vissen. Theorie is onontbeerlijk, maar de practijk is toch ook heel nuttig. Hoe zou u het vinden als ik u morgenochtend, laten we zeggen om vier uur kwam afhalen? We gaan naar Nieuwkoop. Met Nieuwkoop bedoel ik niet te zeggen dat dit de enige plaats is waar voorn te vangen is, maar met Nieuwkoop kies ik een plaats die als het prototype te beschouwen is van alle hengelsportcentra. Mijnentwege mag het dus ook de Westeinder, de Braassemer, Vinkeveen of de Vecht zijn. |
|
![]() |
1966 Vissen met de vlieg (2e druk 1968) Een van mijn kennissen is de gelukkige bezitter van een prachtig stukje water in Kamerik. Een stukje water dat bestaat uit enkele brede weteringen en smallere sloten waarin men, als men zeer voorzichtig is, af en toe de ruisvoorns kan zien. Ruisvoorns zo mooi als forellen. Maar sterker dan deze vissen als ze in de vlieg hun vijand ontdekken en er aan trachten te ontkomen door zo'n wetering op stelten te zetten. |
|
![]() |
1966 De magische kracht van het kunstaas (2e druk 1968) Tijdens de bezetting - ik herinner me dat zo goed omdat de baars die we vingen niet alleen voor de sport maar ook voor zeer gewaardeerd voedsel zorgde - hadden we van een Duits tienpfennigstuk een lepeltje gemaakt door er twee gaten in te boren - één voor het bevestigen van de lijn, het andere voor het bevestigen van de haak - en aan deze "Schedel van Satan" zoals wij onze creatie noemden, vingen we verbijsterend veel baars, o.a. in het Rietveld te Hazerswoude. Zoveel baars dat ge daar ter plaatse nog rustig navraag kunt doen en het bevestigd krijgt. |
|
![]() |
1967 Aan de haak geslagen (4e druk 1974) Want wie zijn brasemspul in september naar de vliering sjouwt - en dat zijn er tienduizenden - verplaatst een schatkist ongenoten avonturen naar een vergeten hoek. Wie in september naar de snoekstok grijpt, begint aan zijn dessert na het diner te hebben weggeworpen. |
|
![]() |
1967 Veel vangen jong beginnen Ik heb mijn best gedaan dit boek leesbaar voor je te maken. Ik heb ook zeer ernstig getracht, je gegevens te verschaffen, die een goede visser van je kunnen maken. Niet omdat het zo geweldig is, een goede visser te worden genoemd, maar omdat het zo weergaloos fijn is, wanneer je sukses boekt. Zelf ben ik nog steeds op een abnormale mannier verknocht aan water en aan vissen. Ik geniet er van, zoals ik van weinig andere dingen kan genieten. Dat plezier gun ik jou ook. Daarom heb ik dit boek geschreven. Voor jou. Ik hoop dat je het niet al te slecht zult vinden. |
|
![]() |
1968 Het geheim van goede karpervangsten (2e druk 1970)
En ik weet ook wel dat een grote karper veel kracht heeft en dat men, om hem weg te houden van een gevaarlijke plek, een stevige lijn nodig heeft, zelfs al zit die op een reel. Die omstandigheden kunnen zich voordoen. Maar als ik hengelaars in het Noord-Hollands kanaal, op het Brasemermeer of op de Westeinder, op de Vecht, in de putten van Andijk, in het Westzaner- of Ilperveld, waar de vis en de hengelaar alle ruimte hebben, met 18/00 op hun reeltje zie zitten vissen, dan weet ik heel zeker dat er daar van bijzondere omstandigheden, waarin we een zware lijn nodig hebben, geen sprake is en dat er een stevige lans gebroken moet worden voor het lichtere vissen..... |
|
![]() |
1968 Leuke dingen met de werphengel (1e druk 1970) 6 | ...bewijst, of tracht te bewijzen, dat ge niet in alle omstandigheden met een werphengel op brasem moet vissen, maar dat hij heel vaak onontbeerlijk is. Helder water, ver van de kant en diepe plekken maken het gebruik van een werphengel tot een noodzaak voor hen die graag vis vangen.
|
|
![]() |
1969 Beter vissen meer vangen (pocketuigave ESSO) (1e druk)
Vroeger werd er uitsluitend gevist om de vis. En de manier waarop een snoek moest worden gevangen, deed er niets toe. Men ging er vanuit: de snoek moest op de wal komen. En hoe dat nu gebeurde was volkomen onbelangrijk. Al moest men hem eruit steken met een hooivork, bij wijze van spreken. Daarom gebruikte men zware hengels met een top zo dik als een wijsvinger, omdat de snoek daarmee gemakkelijk... hup... in één knal... op de kant kon worden geworpen. Daarom gebruikte men dreggen die men liet slikken en die in de maag van de vis terecht kwamen. Daarom nam men alles mee naar huis. Al waren het tien zware snoeken die bij elkaar honderd jaar leven vertegenwoordigden....... |
|
![]() |
1969 Werphengel wel en wee
Omdat een werphengel nooit wordt gekozen in verband met de grootte van de vis, maar in verband met een bepaalde methode van vissen, is het een verstandige handeling om de veel gestelde vraag "is-hij-sterk-genoeg" meteen de nek om te draaien. Een goede werphengel is enorm sterk! Een goede werphengel is helemaal niet sterk! Een werphengel behoeft namelijk geen bepaalde kleur te hebben, niet naar seringen te ruiken en ook niet sterk te zijn. Een goede werphengel kan zelfs niet sterk zijn in de zin van: onbreekbaar of nauwelijks stuk te krijgen. Wie vraagt of een werphengel sterk is, begrijpt niets van zijn functie. |
|
![]() |
1969 Groot sportvissersboek (7e druk 1974) Het jaar 1923, de tijd waarin "vissen" synoniem was met zuipen. Ook nog in de jaren die zouden volgen. Hoewel er van een flagrante misvatting sprake was. Men-de buitenwereld, zoals men dat noemt-zag in die lallende troep de hengelsport gepresenteerd. Maar dat was niet zo. Bij deze uitstapjes dienden hengels en ander visgerei als camouflage. Vaak werd geen hengel uitgepakt, omdat men al spoedig in een staat verkeerde waarin men geen dobber kon zien. Al was hij zo groot als een stoelpoot geweest. |
|
![]() |
1970 De snoek grijpt toe (2e druk 1972)
Als twee sportvissers in een bootje zitten, op enige afstand van elkaar en de een vangt wat voorn en brasem en de ander vangt niets, dan ligt dat aan het feit dat "dat er een snoek in de buurt van de visplaats ligt". De vissen zien de snoek, worden bang en pakken daarom het deegje niet. Als dat werkelijk zo was beste lezer, en alle voorntjes en brasempjes, alle karpertjes en zeeltjes, kortom als al die waterbewoners zich het bestaan van die snoek bewust waren , wel, al die kleinere vissen, die als prooi in aanmerking kwamen, zouden zenuwpatiënten zijn. |
|
![]() |
1971 Sportvissen in Ierland (2e druk 1974) Wanneer u zich bij een watertje zou ophouden waarin nog nimmer een vis heeft rondgezwommen. en u zou een toevallige passerende boer vragen of er wat te vangen is, zal hij beginnen te informeren op welke vissoort u van plan was te gaan vissen. Wanneer dat de baars is, zal hij u een uitgebreid verhaal gaan vertellen over baars in het algemeen, over de baars in dat watertje en over het feit dat ze nergens in Ierland groter en sterker worden gevangen dan toevallig juist daar. |
|
|
|
1972 Veel vangen met de vaste hengel (1e druk 1972)
Toeval speelt in de sportvisserij een grote rol, ook al wordt het toeval vaak verkeerd vertaald met de term "geluk" Ik wierp eens een dode voorn van 18 cm overboord en als beloning voor die simpele handeling ontving ik tien minuten later een snoekbaars van achttien pond. Toen ik opnamen maakte voor het tv-programma "Made in Holland" wierp ik een vlok brood in de richting van de camera, mijn pen ging staan, hij liep weg, ik sloeg en ik zat toen geruime tijd vast aan een oersterke zeelt. Een vis die er behagen in schepte mijn hengel te breken, hetgeen niet lukte. Maar het werd er allemaal wel zeer spectaculair door. |
|
|
1975 Moderne materialen en vistechnieken (2e druk 1977)
Wat heeft het voor zin, zou men zich kunnen afvragen, over een juiste geleideringen-verdeling te spreken of over actie, wanneer men weet dat er massa's vissers zijn , die niet beters denken te kunnen doen dan in hun broek poepen, wanneer ze een karper aan de haak slaan? De wetenschap dat er eens een tijd is geweest, waarin ik dat zelf ook uitgebreid deed, geeft me de stimulans om toch door te gaan. |
|
![]() |
1975 Jaarboek voor sportvissers In dit jaarboek worden u veel mooie, goede en nuttige zaken geboden. U zult er echter geen artikelen in vinden, die onder de categorie "speelgoed" thuis horen. En waarvan wij dachten dat geen enkele sportvisser er mee gebaat is. Wij gingen er vanuit dat u geïnteresseerd bent in zaken van een bepaald niveau. Bruikbaar. En functioneel. |
![]() |
![]() |
1978 Tweehonderd kunstaastips Wanneer het om een attractieve manier van vissen en vangen gaat, bestaat er volgens ons geen andere methode die zo spectaculair is en zoveel sensatie kan bieden. |
![]() |
![]() |
1978 De gouden krab De man was gekleed in een pandjesjas van vrij oude makelij en had een zijden petje op het hoofd. In zijn ene hand droeg hij een fraai vergulde kooi met een groene papagaai en in zijn andere hand de visattributen, noodzakelijk om tot goede resultaten te komen: een eind bamboe met een stuk touw, waaraan een dode schar bungelde. Het dier was stijf, de rigor mortis was reeds ingetreden..... |
|
![]() |
1978 De vaste hengel (1e druk)
Soms lijkt het alsof men de brasem met geen mogelijkheid kan verjagen, alles lukt en men kan beslist geen kwaad doen, een andere keer is de brasem heel moeilijk te benaderen, het duurt heel lang eer hij op het voer komt en men verjaagt hem heel gemakkelijk. Men spreekt dan van schuw, argwanend of voorzichtig.
|
|
![]() |
1978 Vissen en vangen met matchengels (3e druk 1987)
Vele publikaties hebben bij ons de mening doen ontstaan dat het begrip "matchhengel" betrekking heeft op een wedstrijdhengel. Dat is een komisch misverstand. In ons land worden vele typen vaste hengels gebruikt. Niemand haalt het echter in zijn hoofd die soorten hengels wedstrijdhengels te noemen. Omdat het gewone standaardhengels zijn. Toevallig in een lengte en met een actie die zo'n hengel geschikt maken voor het wedstrijdvissen, maar meer niet. |
|
![]() |
1979 Beter vissen meer vangen (2e druk 1984) Er wordt veel over voornvissen gesproken. Vaak in geestdriftige termen. Daar ben ik het volkomen mee eens. De voorn is een vissoort die de sportvisser veel emoties kan bezorgen, omdat heus niet iedere voorn de grootte heeft van een sardien. Gek, en toch denkt men dat dikwijls. Menigmaal haalt men minachtend de neus op wanneer het gesprek op voorn uitdraait. Dat er heel veel sportvissers zijn die nog nooit een voorn van een pond hebben gezien is feit. Daarom is het een grote misvatting te denken dat er geen grote voorns van een pond of zwaarder bestaan....... |
|
![]() |
1979 De juiste haak Als ik zo eens rond kijk en ik zie hoe er vaak wordt gevist, krijg ik de indruk dat velen niet weten waarom het eigenlijk gaat. Als ik een snoekbaarsvisser hoor vragen naar Octopus haken, ik sla maar even een willekeurig steegje in, ik zie hem deze aanschaffen en ik hoor hem tevens een bestelling plaatsen die op een rolletje nylon van 20/00 mm betrekking heeft, ook voor die snoekbaars, dan rijst bij mij de vraag: waarom pakt die man voor die lijndikte een haak die voor de kabeljauw bedoeld is. Waarschijnlijk ziet hij een haak geheel los van een bepaalde lijndikte, misschien is hij bang dat een mooie dunne en veel scherper haak weleens zou kunnen breken. |
|
![]() |
1979 De werphengel
De plug lijkt nog het meest op een nabootsing van een prooivis en het type plug dat bij ons het meest gebruikt wordt is de drijvende plug. Deze plug blijft na het uitwerpen aan de oppervlakte drijven en zodra men hem voortbeweegt krijgt hij een duikende en schommelende actie, waardoor eveneens een prooivis wordt geïmiteerd. |
|
![]() |
1980 Vliegvissen nieuwe stijl (1e druk 1988)
Keer op keer kan men slaan maar steeds is het mis en dat wordt na enige tijd een volstrekt onbegrijpelijke zaak. Steeds een knallende kolk bij de vlieg, vaak zeer onstuimig, en steeds mis. Dat komt dan hierdoor: het lijkt er alleen maar op alsof de vis de droge vlieg wil pakken, maar in feite slaat hij er slechts met de staart tegen. Hij doet dat om hem onder water te krijgen. Hij wil hem namelijk best pakken, maar, in dit geval, voor geen geld vanaf de oppervlakte. Is de vlieg natgeslagen en dus van het oppervlak verdwenen en heeft men, in een poging om de haak te zetten, hem niet uit het water gehaald, dan blijkt dat de vis, na enige seconden, is teruggekomen en de imitatie onder water graag tot zich neemt. |
|
|
1981 Aas en lokaas zonder geheimen (2e druk 1987)
Veel vissers maken hun lokaas zelf. Van oud witbrood of bruinbrood of van paneermeel. Dat is in het algemeen en voor wild water geen gek lokaas. Het bevat voedsel zat. Wanneer men door dit basisvoer nog andere ingrediënten wenst te mengen bestaat daar geen enkel bezwaar tegen. U heeft dan de keus uit wel honderden soorten en die keus zal dus niet makkelijk zijn. Wordt het duivenmest of anijsolie, pindameel of bloedpoeder, eigeel of kuikenvoer, boekweit, havermout, griesmeel of melkpoeder. U kijkt maar. |
|
![]() |
1983 Alles over alle soorten hengels
In Amerika is een soort visserij bekend dat ongeveer om dezelfde vistechnische en werptechnische combinatie vraagt en ook daarbij is het gebruik van een reel dus een noodzaak. Het is de visserij op gestreepte baars; zeevissen die in de branding moeten worden bevist met lepels van ca. 80 gram. Een visserij die om een lijndikte van 60/00 mm vraagt. Omdat het om vissen gaat die, wat kracht betreft, met de zalm kunnen worden vergeleken, maar die een gewicht kunnen bereiken van 70 à 80 pond. Om een gewicht van ca. 80 gram zo ver mogelijk te kunnen werpen met een lijn van 60/00 mm, moet men beslist van een goede werpreel gebruik maken |
|
|
1987 Vissen met de quiver en swingtip (1e druk 1987)
Swingtips Wanneer over licht vissen wordt gesproken met betrekking tot de quiver- en swingtipvisseij, gaat het niet in de eerste plaats om de dikte van de lijn, de afmeting van de haak of het gewicht aan lood. Vissen met een quiver- of swingtip op een zo licht mogelijke manier betekent: een soort tipje gebruiken dat gezien de omstandigheden zo min mogelijk weerstand oplevert gedurende het aanbijten van een vis. |
|
![]() |
1991 De kunst van het kunstaasvissen
Het was nu middag en Tom besloot wat te gaan eten. Hij haalde een trommeltje uit zijn tas en onderwierp de inhoud aan een inspectie. Brood met kaas, twee eieren en een potje vruchtenmoes. Hij begon het brood op te eten, pelde een eitje en schroefde daarna het potje open. Onder in zijn tas vond hij een lepel. Hij dompelde hem in het water met de bedoeling hem nat te maken en daarna af te vegen, maar de lepel ontschoot aan zijn vingers en dwarrelde langzaam naar de diepte. Een blinkend voorwerp dat wrikkend en tuimelend naar de bodem zonk. Hij keek de lepel triest na. Plotseling zag Tom een geweldige forel uit het niets verschijnen, een enorme vis met brede rug en wijde muil. Deze reus nam met een woeste haal de lepel tussen de kaken en verdween ermee. |
![]() |
![]() |
1993 Zinvolle hengelpraat (brochure) Is het een wonder dat heel wat sportvissers teleurstellende ervaringen opdoen? Het leek ons daarom nuttig u wat informatie te verstrekken. Wat meer informatie dan gebruikelijk. En ook een tikje afwijkend van wat algemeen als informatie wordt beschouwd. Met de bedoeling uw inzicht en kennis met betrekking tot dit onderwerp zo mogelijk nog iets te verdiepen. Waarvoor u wellicht nog meer plezier zal gaan ondervinden. Meer plezier van het spannende spel dat sportvissen heet. |
|
![]() |
1998 De werphengel als volmaakt vistuig Wanneer men voornemens is met een lijn van 0.18 mm te gaan vissen, zoals Piet en Klaas, waarom laat men zijn keus dan vallen op hengels die daar volkomen ongeschikt voor zijn. Waarom koos men voor hengels die hun taak pas zouden kunnen verrichten in combinatie met 0.26 mm? |
|
| _________________________________________________________________________________________ | ||